Statuten

Statuten Vereniging voor Protestants Christelijk Basisonderwijs te Rijnsburg

Artikel 1. Naam en zetel

De naam van de vereniging is: “Vereniging voor Protestants Christelijk Basisonderwijs te Rijnsburg”.  Zij is gevestigd te Rijnsburg (Gemeente Katwijk).

Artikel 2. Grondslag

Zij heeft de heilige Schrift als Gods Woord tot grondslag, naar de opvattingen vastgelegd in de Drie Formulieren van Enigheid.

Artikel 3. Doel

De vereniging stelt zicht en doel werkzaam te zijn tot het oprichten en het instandhouden van christelijke scholen voor basisonderwijs. Zij tracht dit doel te bereiken door het houden van vergaderingen, door het zoeken van samenwerking in alles wat tot de plaatselijke en algemene belangen van het christelijk onderwijs behoort en voorts met alle andere wettige middelen.

Artikel 4. Organen

De vereniging kent de volgende organen:
a. de algemene ledenvergadering
b. het verenigingsbestuur waarin te onderscheiden zijn:
 de directeur-bestuurder (het uitvoerend deel van het bestuur)
 het toezichthoudend deel van het bestuur.

Artikel 5. Lidmaatschap

1. Leden van de vereniging zijn allen, die zich daartoe hebben aangemeld bij het verenigingsbestuur en als zodanig zijn toegelaten. Voorwaarden voor toelating tot het lidmaatschap zijn betuiging van instemming met de in artikel 2 omschreven grondslag en het in artikel 3 omschreven doel van de vereniging en bereidheid tot het betalen van een contributie, waarvan het bedrag bij huishoudelijk reglement wordt vastgesteld. Personen die in dienstverband werkzaam zijn bij de vereniging zijn uitgesloten van het lidmaatschap.
2. Het verenigingsbestuur beslist binnen één maand na aanmelding over de toelating. Bij weigering kan de belanghebbende binnen dertig dagen, nadat de beslissing van het verenigingsbestuur te zijner kennis is gebracht, schriftelijk in beroep komen bij de algemene ledenvergadering, die daarop in haar eerstvolgende vergadering uitspraak doet. De algemene ledenvergadering is echter niet verplicht haar beslissing te nemen in een vergadering, die gehouden wordt binnen veertien dagen na de indiening van het beroep. Hangende het beroep is de belanghebbende geen lid.
3. Het lidmaatschap eindigt:
a. door overlijden van het lid;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging namens de vereniging;
d. door ontzetting (royement).
4. Opzegging door het lid doet het lidmaatschap vervallen met ingang van de laatste dag van de maand, volgende op de maand waarin de opzegging aan het bestuur werd meegedeeld.
5. Opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging kan tegen het einde van het lopende verenigingsjaar geschieden door het bestuur met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken.
Deze opzegging is mogelijk:
a. wanneer een lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten, door de statuten voor het lidmaatschap gesteld;
b. wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
De opzegging geschiedt schriftelijk met opgave van reden(en).
6. Ontzetting van het lidmaatschap kan alleen door het bestuur worden uitgesproken:
a. wanneer een lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging;
b. wanneer een lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
Van een besluit tot ontzetting wordt het betrokken lid ten spoedigste schriftelijk, met opgave van redenen, in kennis gesteld. Binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit kan de belanghebbende schriftelijk in beroep komen bij de algemene ledenvergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.

Artikel 6. Verenigingsbestuur: vereisten

1. De leden van het toezichthoudend deel van het bestuur worden door de algemene ledenvergadering uit de leden van de vereniging gekozen en benoemd. 
2. Kandidaatstelling vindt plaats door het bestuur aan de hand van een door het bestuur op te stellen openbaar profiel met inachtneming van hetgeen de wet daaromtrent dwingend voorschrijft.
3. Zij kunnen door de algemene ledenvergadering te allen tijde worden geschorst of ontslagen. De procedure als genoemd in artikel 7, vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7. Toezichthoudend deel van het bestuur: omvang, aanvang en einde lidmaatschap

1. Het toezichthoudende deel van bestuur bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven leden.
2. De leden van het toezichthoudend deel van het bestuur hebben zitting voor een periode van vier jaar. Jaarlijks treedt ten minste één lid af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Aftredende bestuursleden kunnen één keer terstond worden herbenoemd. Een tussentijds benoemd lid treedt in de volgorde van aftreding in de plaats van degene die hij vervangt.
3. Het toezichthoudend deel van het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een vicevoorzitter, een secretaris en een penningmeester. De vicevoorzitter vervangt de voorzitter bij zijn afwezigheid. 
4. Het lidmaatschap van het toezichthoudend deel van het bestuur eindigt: 
a. door het verstrijken van de zittingstermijn; 
b. door overlijden; 
c. door schriftelijk ontslag te nemen; 
d. door verlies van het vrije beheer over zijn vermogen; 
e. door ontslag als bedoeld in het derde lid van artikel 6 dan wel vijfde lid van dit artikel. 
5. Een lid van het toezichthoudend deel van het bestuur kan te allen tijde worden geschorst of ontslagen door het verenigingsbestuur. Het desbetreffende besluit behoeft eenstemmigheid van alle andere leden dan de betrokkene in een vergadering waarin hetzij alle leden van het verenigingsbestuur, hetzij alle leden van het verenigingsbestuur behalve de betrokkene, aanwezig zijn. De betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van het verenigingsbestuur te verweren en het woord te voeren. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door royement eindigt door verloop van die termijn. 
6. Indien het toezichthoudend deel van het bestuur niet volledig is samengesteld, blijft het desondanks een bevoegd orgaan vormen. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 
7. Het toezichthoudend deel van het bestuur kan een vergoedingsregeling voor zijn leden opstellen.

Artikel 8: Directeur-bestuurder: rechtspositie

1. De directeur-bestuurder wordt benoemd na advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad door het toezichthoudend deel van het bestuur voor de duur van zijn arbeidsovereenkomst. 
2. Vaststelling van de rechtspositie, schorsing en ontslag van de directeur-bestuurder vinden plaats door het toezichthoudend deel van het bestuur in overeenstemming met de van toepassing zijnde cao.
3. Bij afwezigheid van de directeur-bestuurder worden de taken en bevoegdheden van de directeur-bestuurder waargenomen door een persoon die daartoe door de voorzitter van het bestuur wordt aangewezen.

Artikel 9. Directeur-bestuurder: taken en bevoegdheden

1. De directeur-bestuurder is belast met het besturen van de vereniging en van de van de vereniging uitgaande scholen en oefent de taken en bevoegdheden uit die bij of krachtens de wet aan het bestuur zijn opgedragen, met uitzondering van die taken en bevoegdheden die op grond van de wet of deze statuten expliciet aan de toezichthoudende bestuursleden zijn toegekend. Tevens heeft de directeur-bestuurder in het bijzonder, het toezicht op de voorbereiding en uitvoering van het beleid van de scholen, alsmede het toezicht op de dagelijkse gang van zaken en van het beheer van de scholen. Hij draagt er zorg voor dat het onderwijs gegeven wordt in overeenstemming met de grondslag en doelstelling van de vereniging
2. De directeur-bestuurder is bevoegd tot alle daden van beheer en beschikking ten aanzien van de eigendommen van de vereniging, met dien verstande dat hij de goedkeuring vooraf behoeft van de toezichthoudende bestuursleden voor:
a. het sluiten van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, tot welke rechtshandelingen de directeur-bestuurder bevoegd is;
b. het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt, tot welke rechtshandelingen de directeur-bestuurder bevoegd is.
3. De directeur-bestuurder behoeft daarnaast de goedkeuring vooraf van het toezichthoudend deel van het  bestuur voor besluiten strekkende tot:
a. het vaststellen van de (meerjaren)begroting en wijzigingen van de (meerjaren)begroting;
b. het vaststellen van het treasurystatuut;
c. het vaststellen van het strategische beleidsplan (= het meerjaren strategisch plan van de vereniging als geheel);
d. het vaststellen van het directiestatuut;
e. het vaststellen van een integriteitsregeling;
f. het stichten, opheffen, fuseren of afsplitsen van een school of delen daarvan, daaronder mede verstaan het aangaan/beëindigen van duurzame samenwerkingsrelaties met derden; 
g. ingrijpende reorganisaties, waaronder in ieder geval moet worden verstaan het gelijktijdig of binnen een kort tijdsbestek beëindigen van de arbeidsovereenkomsten dan wel ingrijpend wijzigen van de arbeidsvoorwaarden van meer dan 10% van de in dienst van de vereniging zijnde personeelsleden;
h. aangaan van geldleningen, conform de geldende procuratieregeling, vast te stellen door de toezichthoudende bestuursleden;
i. een aanvraag tot faillissement of surseance van betaling.
4. De directeur-bestuurder verschaft het toezichthoudend deel van het bestuur tijdig, gevraagd en ongevraagd, de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens.
5. De directeur-bestuurder kan bepaalde taken opdragen aan de schooldirecteuren conform een na goedkeuring van het toezichthoudend deel van het bestuur door de directeur-bestuurder vast te stellen directiestatuut.
6. De directeur-bestuurder benoemt, schorst en ontslaat het personeel van de vereniging. 
7. De directeur-bestuurder is verantwoordelijk voor de toelating van leerlingen. De uitvoering vindt decentraal plaats.
8. De directeur-bestuurder voert het overleg met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. 
9. De directeur-bestuurder onderhoudt contacten met de achterban van de vereniging en de scholen en representeert de vereniging en de scholen

Artikel 10. Directeur-bestuurder: werkwijze

1. De directeur-bestuurder gaat bij de besluitvorming uit van integrale afwegingen en van het belang van de scholen. 
2. De directeur-bestuurder kan zich ten behoeve van de besluitvorming laten informeren en adviseren door derden van binnen of buiten de school, waaronder in elk geval (leden van) het toezichthoudend deel van het bestuur, de schooldirecties en waar dat is voorgeschreven de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.
3. Voorafgaand aan de besluitvorming wordt overleg gepleegd met en advies uitgebracht door de schooldirecties. Bij de besluitvorming wordt gestreefd naar consensus tussen de directeur-bestuurder en schooldirecties.

Artikel 11. Toezichthoudend deel van het bestuur: taken en bevoegdheden

1. Het toezichthoudend deel van het bestuur ziet er op toe dat het onderwijs overeenkomstig grondslag en doelstelling van de vereniging plaatsvindt. Daarnaast houdt het toezichthoudend deel van het bestuur toezicht op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door de directeur-bestuurder, staat hem met raad terzijde en functioneert als klankbord. 
2. Daarnaast is het belast met:
a. het goedkeuren van de begroting en het jaarverslag en het strategisch meerjarenplan van de vereniging en de scholen;
b. het toezien op de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur, bedoeld in artikel 171, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het primair onderwijs en de afwijkingen van die code;
c. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de school verkregen op grond van de Wet op het primair onderwijs;
d. het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan het toezichthoudend deel van het bestuur, en
e. het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld onder a tot en met d, in het jaarverslag. 
3. De toezichthoudende bestuursleden hebben, na overleg met de directeur-bestuurder, toegang tot alle onderdelen, gebouwen en faciliteiten van de vereniging en de scholen en het recht om te allen tijde inzage te nemen in alle boeken en bescheiden van de vereniging en de scholen.

Artikel 12. Toezichthoudend deel van het bestuur: werkwijze

1. Het toezichthoudend deel van het bestuur vergadert ten minste vier maal per kalenderjaar, en voorts indien de voorzitter dit wenselijk acht, of indien tenminste drie van de leden van het toezichthoudend deel van het bestuur onder opgaaf van redenen een verzoek hiertoe aan de voorzitter richten. Indien aan zulk een verzoek van de zijde van de leden van het toezichthoudend deel van het bestuur niet binnen veertien dagen is voldaan, zijn de verzoekende leden tezamen bevoegd tot oproeping van de vergadering, welke zo nodig zelf in haar leiding kan voorzien. 
2. De voorzitter roept op tot de vergadering door middel van een schriftelijke oproeping aan alle leden van het toezichthoudend deel van het bestuur. De oproeping geschiedt - behoudens spoedeisende gevallen - schriftelijk en tenminste zeven dagen (de dag van de vergadering en de dag van de versturing van de stukken niet meegerekend) voor de vergadering en gaat vergezeld van de agenda en eventueel te bespreken stukken. 
3. Van het verhandelde in de vergaderingen van het toezichthoudend deel van het bestuur wordt ten minste een besluitenlijst opgemaakt. 
4. De vergaderingen van het toezichthoudend deel van het bestuur worden bijgewoond door de directeur-bestuurder, tenzij het toezichthoudend deel van het bestuur anders besluit. Het toezichthoudend deel van het bestuur vergadert minimaal één maal per jaar buiten de aanwezigheid van de directeur-bestuurder. De vergaderingen en de vergaderstukken zijn niet openbaar. 
5. Voor zover in deze statuten niet anders wordt bepaald, worden besluiten van het toezichthoudend deel van het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van stemmen. Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd. Blanco stemmen worden niet meegeteld in de besluitvorming. Bij het staken van de stemmen over een voorstel geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Stemmen bij volmacht is niet mogelijk. In alle geschillen omtrent stemmingen waarin niet in deze statuten wordt voorzien, beslist de voorzitter. 
6. Het toezichthoudend deel van het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle leden van het toezichthoudend deel van het bestuur daarmee instemmen en in de gelegenheid worden gesteld aan de besluitvorming deel te nemen.

Artikel 13. Vertegenwoordiging

1. Het verenigingsbestuur vertegenwoordigt de vereniging in en buiten rechte. Daarnaast komt deze bevoegdheid toe aan de directeur-bestuurder, voorzitter, c.q. vicevoorzitter.
2. De directeur-bestuurder kan aan een derde volmacht verlenen om de vereniging binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. 
3. In geval van een belangenverstrengeling tussen de directeur-bestuurder en de vereniging wordt de vereniging vertegenwoordigd door twee leden van het toezichthoudend deel van het bestuur gezamenlijk.

Artikel 14. Algemene ledenvergadering: taak en oproeping

1. Alle leden die niet geschorst zijn hebben toegang tot de algemene ledenvergadering. De algemene ledenvergadering heeft als taak:
a. het benoemen van de bestuursleden op voordracht van de benoemingsadviescommissie;
b. het vaststellen van de jaarrekening en het jaarverslag;
d. het vaststellen van een huishoudelijk reglement als bedoel in artikel 17;
c. het goedkeuren van voorstellen tot statutenwijziging, omzetting en ontbinding van de vereniging conform het bepaalde in artikel 19 en 20 van deze statuten.
2.   Jaarlijks zo mogelijk voor één juli wordt een algemene ledenvergadering gehouden, waarin de periodieke benoeming van de leden van het toezichthoudende deel van het bestuur plaatsvindt. De directeur-bestuurder geeft de algemene ledenvergadering jaarlijks informatie over en toelichting op het verenigingsbeleid van het afgelopen en komende boekjaar. 
Het toezichthoudend deel van het bestuur doet verslag van haar toezichthoudende functie.
3  Het verenigingsbestuur is voorts bevoegd een algemene ledenvergadering te beleggen wanneer het dit nodig acht. Het is tot de bijeen¬roeping verplicht, wanneer tenminste tien leden een daartoe strekkend schriftelijk verzoek bij het verenigingsbestuur hebben ingediend.
Wanneer het bestuur aan zulk verzoek niet binnen veertien dagen gevolg heeft gegeven, zijn de verzoekers samen bevoegd tot het bijeenroepen van een algemene ledenvergadering, die zo nodig zelf in haar leiding voorziet.
4. Een algemene ledenvergadering moet tenminste twee weken van tevoren schriftelijk worden geconvoceerd. De convocatie moet behalve tijd en plaats van de vergadering tevens de agenda vermelden.

Artikel 15. Algemene ledenvergadering: werkwijze en besluitvorming
1. De algemene ledenvergadering wordt voorgezeten door de voorzitter of vicevoorzitter van het verenigingsbestuur, bij hun afwezigheid, door de directeur-bestuurder. Is geen van hen  aanwezig, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
2. Van het ter algemene ledenvergadering verhandelde worden notulen gehouden door een door de voorzitter aangewezen persoon. Deze notulen worden in de eerstvolgende algemene ledenvergadering vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter van die vergadering 
3. Voor zover in deze statuten niet anders wordt bepaald, worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van stemmen. Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd. Blanco stemmen tellen niet mee. Bij het staken van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Stemmen bij volmacht is niet mogelijk.
4. Wordt bij een verkiezing bij eerste stemming geen vol¬strekte meerderheid behaald, dan volgt een tweede vrije stemming. Verkrijgt ook dan niemand de volstrekte meerder¬heid, dan vindt herstemming plaats tussen hen, die bij de tweede stemming tegelijkertijd het hoogste aantal stemmen op zich verenigden, of, indien het hoogste stemmental niet tegelijkertijd verkregen werd door twee of meer personen, tussen hen, die bij de tweede stemming de hoogste twee aantallen stemmen verwierven. Wordt bij de derde stemming geen volstrekte meerderheid behaald, dan wordt degene, die bij deze stemming het hoogste aantal stemmen verkreeg, geacht te zijn gekozen. Wordt bij de derde stemming het hoogste aantal stemmen tegelijkertijd verkregen door twee of meer personen, dan wordt van hen de oudste in jaren geacht te zijn gekozen

Artikel 16. Geldmiddelen, boekjaar, verantwoording en begroting

1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit subsidies, giften, ouderbijdragen, leningen, legaten, en andere haar rechtmatig toekomende baten.
2. Giften of legaten mogen niet aangenomen worden, wanneer daaraan voorwaarden verbonden zijn, die strijdig zijn met de grondslag of bezwaarlijk zijn voor de verwezenlijking van het doel van de vereniging.
3. Erfstellingen kunnen voorts slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
4. Het boekjaar van de vereniging is gelijk aan het kalenderjaar. 
5. De directeur-bestuurder is verplicht de vermogenstoestand van de vereniging en alles wat de werkzaamheden van de vereniging betreft zodanig te administreren dat de rechten en verplichtingen van de vereniging steeds kunnen worden gekend, en de administratie met alle bescheiden en andere gegevensdragers die daarbij horen zorgvuldig en op voor naslag en controle toegankelijke wijze te bewaren. 
6. Per het einde van het boekjaar worden de boeken van de vereniging afgesloten en wordt daaruit, binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door de directeur-bestuurder een financieel jaarverslag over het afgelopen boekjaar opgemaakt, waaruit blijkt de staat van de ontvangsten en uitgaven van het afgelopen boekjaar en de vermogenstoestand van de vereniging aan het einde daarvan, en waarover de accountant een preadvies opstelt. 
7. Jaarlijks stelt de directeur-bestuurder een jaarbegroting en een voortschrijdende meerjarenbegroting vast, welke vooraf en wel voor 1 januari van het begrotingsjaar ter goedkeuring wordt aangeboden aan de toezichthoudende bestuursleden. 
8. De directeur-bestuurder stelt de jaarrekening op en legt deze ter goedkeuring aan de toezichthoudende bestuursleden over. Goedkeuring van de jaarrekening strekt tot decharge van de directeur-bestuurder voor alle in de jaarrekening vermelde handelingen. Na verkregen goedkeuring legt het verenigingsbestuur de jaarrekening ter vaststelling voor aan de algemene ledenvergadering.
9. Alvorens de in het vorige lid bedoelde goedkeuring te verlenen, verleent het toezichthoudend deel van het bestuur opdracht aan een accountant tot onderzoek van de jaarrekening. Tot het verlenen van de opdracht is de directeur-bestuurder bevoegd, na voorafgaande goedkeuring door de toezichthoudende bestuursleden.

Artikel 17. Huishoudelijk reglement

De algemene ledenvergadering stelt een huishoudelijk reglement vast, waarin in elk geval de hoogte van de contributie wordt geregeld en dat voor het overige geen bepalingen mag bevatten, die in strijd zijn met de wet of met deze statuten.

Artikel 18. Statutenwijziging

1.Onverminderd het bepaalde in de leden 3 en 4 van dit artikel is wijziging van deze statuten mogelijk bij besluit van de algemene ledenvergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van statuten zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering moet tenminste veertien dagen bedragen.
2.  Zij, die de oproeping tot de algemene ledenvergadering ter be¬handeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan moeten tenminste tien dagen vóór de dag van de verga¬dering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorge¬stelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
3  Tot wijziging van de statuten kan slechts worden besloten:
a. op voorstel van het bestuur of van tenminste tien leden;
b. in een vergadering waarin tenminste twee/derde deel van het aantal leden aanwezig is 
c. met een meerderheid van tenminste twee/derde deel van de uitgebrachte geldige stemmen 
4. Is aan de voorwaarde bedoeld in het vorige lid onder b. niet voldaan, dan wordt binnen veertien, doch niet binnen zeven dagen een tweede algemene ledenvergadering gehouden, welke ongeacht het aantal aanwezigen, het voorstel tot statutenwijziging kan aannemen met een meerderheid van tenminste twee/derde deel van de uitgebrachte geldige stemmen. 
5. Wijziging van artikel 2 alsmede van dit lid is slechts mogelijk;
a. hetzij bij een met algemene stemmen genomen besluit van de algemene ledenvergadering waarin alle leden van de vereniging aanwezig zijn;
b. hetzij bij referendum waarbij alle leden schriftelijk verklaren met de wijziging in te stemmen;
c. hetzij bij een met algemene stemmen genomen besluit van een algemene ledenvergadering, aangevuld met een schriftelijke verklaring van alle leden, die niet ter vergadering aanwezig waren, waarin zij verklaren met de wijziging in te stemmen.
6,  Het bepaalde in de eerste twee leden is niet van toepas¬sing indien ter vergadering alle leden aanwezig zijn en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt aangenomen.
7. De statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat er een notariële akte van is opgemaakt. Het bestuur is ver¬plicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten te doen inschrijven in het handelsregister als bedoeld in artikel 43, zesde lid van Boek 2 van het Burgerlijk wetboek..

Artikel 19. Ontbinding en vereffening

1.  Ontbinding van de vereniging is mogelijk bij besluit van de algemene ledenvergadering, genomen op voorstel van het bestuur of van tenminste tien leden, met een stemmen meerderheid tenminste gelijk aan twee/derde deel van het aantal leden van de vereniging.
2. Het in de leden 1, 2, 5 en 6 van artikel 18 .bepaalde is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot ontbinding 
3.  De vereniging wordt bovendien ontbonden: 
a. door insolventie nadat de vereniging in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel; 
b. door een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen. 
4. De vereniging blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit voor de vereffening van haar vermogen nodig is. 
5.  Een besluit tot ontbinding wordt geacht tevens een besluit tot vereffening te zijn. Indien bij zodanig besluit te dien aanzien geen andere regelingen zijn gesteld, ge¬schiedt de vereffening door de  directeur-bestuurder onder toezicht van het toezichthoudend deel van het bestuur. tenzij het toezichthoudend deel van het bestuur anders beslissen De vereffenaars dragen zorg voor de inschrijving van de ontbinding in het register bedoeld in artikel 18, zevende lid.
6. Voor zover dat nog geen deel uitmaakt van het ontbindingsbesluit, bepaalt de algemene ledenvergadering welke bestemming, na betaling van alle schulden, aan de overgebleven bezittingen van de vereniging (het vereffeningssaldo) zal worden gegeven, met dien verstande, dat het saldo moet worden bestemd voor een doel dat het doel van de vereniging zoveel mogelijk nabij komt. Voor dit nader besluit tot bestemming van het vereffeningssaldo gelden dezelfde vereisten als gelden voor het besluit tot ontbinding. 
7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de vereniging gedurende zeven jaren berusten onder diegene die ten tijde van het besluit der ontbinding van de vereniging directeur- bestuurder  c.q. de vereffenaar was
8. Indien er geen directeur-bestuurder of toezichthoudende bestuursleden beschikbaar zijn, wordt in de liquidatie voorzien door de directeur-bestuurder van de Vereniging Besturenraad Protestants Christelijk Onderwijs te Woerden.

Artikel 21. Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin deze statuten niet voorzien, alsmede in geval van geschil over de interpretatie van deze statuten of dit reglement, neemt het verenigingsbestuur een beslissing of treft hij een voorlopige voorziening. Het genomen besluit of de getroffen voorziening wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de toezichthoudende bestuursleden.